Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
bescherming van dewoningen en de gezinnen van hogere officieren. De taken die eiser uitvoerde bij de controlepost waren het doorzoeken van auto's, het controleren van identiteitsbewijzen van burgers en het arresteren van mensen die op de opsporings- en kentekenlijsten stonden van gezochte personen. Bij deze controletaak droeg eiser een Kalasjnikov, maar bij de controlepost stonden ook Bazooka's en luchtafweergeschut ter beschikking. Hij heeft gezien dat arrestanten door mede-Gardisten werden geslagen en mishandeld. In deze periode heeft eiser veel geweld gezien, vooral toen de 4e Divisie van het Syrische leger Qudsaya aanviel. Hierbij zijn veel mensen gedood en ook kinderen van 16 en 17 jaar werden afgeslacht. Eiser heeft lijken moeten opruimen. Nadat hij op 2 of 3 oktober is gedeserteerd, heeft eiser op 15 oktober 2012 Syrië verlaten. Op 18 augustus 2013 is hij Nederland ingereisd.
knowing and personal participation. Hij heeft geprobeerd zijn bijdrage aan de misdrijven zo klein als mogelijk te houden. Eiser heeft niets meer gedaan dan identiteitskaarten controleren, hij is nooit getuige geweest van misdrijven en heeft hieraan nooit deelgenomen. Verder heeft eiser vanaf het begin van zijn werkzaamheden bij de controlepost geprobeerd te vluchten en zich binnen twee maanden aan zijn werkzaamheden weten te onttrekken. Verweerder heeft volgens eiser ten onrechte geen rekening gehouden met het gedwongen karakter van de dienstplicht. Verweerder heeft ook niet gemotiveerd dat eiser zich eerder aan zijn werkzaamheden had kunnen onttrekken.
personal participationte bagatelliseren. Eisers primaire standpunt faalt om deze reden.
knowing participation”) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (“
personal participation”).
knowing participation” als (c) de vreemdeling heeft deelgenomen aan handelingen waarvan hij wist of had moeten weten dat het misdrijven betrof als bedoeld in artikel 1(F) Vlv.
personal participation” is sprake als die vreemdeling een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) Vlv (a) persoonlijk heeft gepleegd of (c) heeft gefaciliteerd, dat wil zeggen dat zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. Onder wezenlijke bijdrage wordt verstaan dat de bijdrage een effect heeft gehad op het begaan van een misdrijf én dat het misdrijf hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze had plaatsgevonden, indien niemand de rol van de vreemdeling had vervuld of indien de vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om het misdrijf tegen te houden.
knowing participationtegengeworpen.
personal participationworden verweten, aldus verweerder, nu hij persoonlijk verantwoordelijk is geweest voor voornoemde misdrijven. Hierbij wijst verweerder op de aanvankelijke verklaringen van eiser tijdens het eerste en nader gehoor dat hij heeft deelgenomen aan de werkzaamheden bij de controlepost te Qudsaya, waarbij hij heeft gezien dat (onschuldige) arrestanten door zijn mede Republikeinse Gardisten werden geslagen en mishandeld. Nu geen correcties en aanvullingen op deze afgelegde verklaringen zijn ingediend, gaat verweerder van de juistheid van deze verklaringen uit. Daarnaast blijkt uit de door verweerder aangehaalde en geciteerde bronnen dat het tijdens controles op de checkpoints uitermate grof aan toe ging. Er wordt gesproken over willekeurige arrestaties bij controleposten waarbij mishandeling, marteling en foltering plaatsvond en dit zeer hardhandig optreden tegen burgers, die niet aan de strijd deelnamen, wordt door de aangehaalde gezaghebbende organisaties sterk veroordeeld.
intent) is vereist om het misdrijf te plegen dan wel de gevolgen ervan te aanvaarden. In dit geval nam eiser door op de controlepost te blijven bewust een zeker risico met de arrestaties van gezochte personen door tegen zijn wil marteling, foltering of mishandeling te faciliteren. Zo heeft hij zelf verklaard dat door mede‑Gardisten meestal onschuldige arrestanten werden geslagen en mishandeld.
knowing and personal participation, zodat het betoog van eiser dat hij niet individueel verantwoordelijk kan worden gehouden voor gedragingen als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder a en b, Vlv niet slaagt. Derhalve faalt ook het subsidiaire standpunt van eiser.
duurzaam' een termijn van tien jaren is verbonden. De term duurzaam, zoals neergelegd in de duurzaamheidstoets in ad a van paragraaf C2/7.10.2.6 Vc 2000, vereist tevens dat sprake is van de omstandigheden dat er geen vooruitzicht is op verandering binnen niet al te lange termijn, gerekend vanaf heden, in de situatie dat de vreemdeling niet kan worden uitgezet naar het land van herkomst vanwege een dreigende schending van artikel 3 EVRM Pro, alsook dat eiser aannemelijk moet hebben gemaakt dat vertrek naar een ander land dan zijn land van herkomst, ondanks voldoende inspanningen om te voldoen aan zijn vertrekplicht, niet mogelijk is. Eerst nadat aan de duurzaamheidstoets is voldaan, is de proportionaliteitstoets (ad b van paragraaf C2/7.10.2.6 Vc 2000) aan de orde.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het opgelegde inreisverbod voor de duur van tien jaar, ongegrond;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, niet-ontvankelijk.