Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 augustus 2017 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
10 november 2008 had moeten onderkennen dat hij in Nederland verzekerd was, onjuist. Ten slotte is eiser van mening dat voor hem van belang is dat geen dubbele premieheffing plaatsvindt. Met dit belang is bij het bestreden besluit ten onrechte geen rekening gehouden.
10 november 2008 van de Belastingdienst is geïnformeerd over zijn verzekeringspositie als Rijnvarende, heeft de Svb zich, op basis van zijn beleidsregels, naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt gesteld dat het voor eiser vanaf dat moment duidelijk had kunnen en ook moeten zijn dat hij voor het jaar 2009 verplicht verzekerd was ingevolge de Nederlandse sociale verzekeringen. De rechtbank wijst op de uitspraak van 28 juli 2017 van de CRvB, ECLI:NL:CRVB:2017:2634, waarin in een vergelijkbare situatie is geoordeeld dat de betrokkene, na kennisneming van een aanslag van 22 oktober 2008 van de Belastingdienst, ermee rekening moest houden dat hij voor het jaar 2009 in Nederland verzekerd werd geacht. Van de zijde van de Svb is ter zitting terecht een beroep op deze uitspraak gedaan.