ECLI:NL:RBDHA:2017:12394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, een Iraakse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling. Verweerder wees dit af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, onvoldoende middelen van bestaan had, en geen medische noodsituatie bestond volgens het Bureau Medische Advisering (BMA). Het BMA stelde vast dat eiser lijdt aan PTSS en een depressieve stoornis, maar dat het uitblijven van behandeling niet tot een medische noodsituatie leidt.
Eiser voerde aan dat hij suïcidaal is en dat de veiligheidssituatie in Irak verslechterd is, waardoor behandeling daar niet effectief zou zijn. De rechtbank overwoog dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was en dat eiser onvoldoende medische stukken had overgelegd om dit te weerleggen. De rechtbank achtte Irak een veilige behandelomgeving en vond dat verweerder aan zijn vergewisplicht had voldaan omtrent de fysieke overdracht van behandeling.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan het paspoortvereiste en dat het mvv-vereiste ten onrechte was toegepast maar dit gebrek niet tot nadeel van eiser leidde. Ten slotte concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiser uitviel, mede omdat geen bijzondere omstandigheden waren die een verblijf in Nederland rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling wordt ongegrond verklaard.