ECLI:NL:RVS:2012:BW6185
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vergewisplicht minister bij uitzetting vreemdelingen met medische overdracht
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van verblijfsvergunningen voor twee vreemdelingen vernietigde. De vreemdelingen hadden psychische aandoeningen en ontvingen psychiatrische behandeling in Nederland. Het Bureau Medische Advisering (BMA) stelde voorwaarden aan hun uitzetting, waaronder fysieke overdracht aan een behandelaar in het land van herkomst.
De Raad van State bevestigt dat de minister zich bij het besluit tot uitzetting tijdig moet vergewissen dat aan deze voorwaarden kan worden voldaan. Dit betekent dat vóór het besluit contact moet worden gelegd met concrete medische instellingen of behandelaars in het land van herkomst. De minister mag dit niet uitstellen tot het moment van daadwerkelijke verwijdering, maar hoeft de overdracht nog niet volledig geregeld te hebben bij het besluit.
In deze zaak had de minister in het besluit van 9 oktober 2009 voldoende inzicht gegeven in de te nemen stappen en toegezegd dat de vreemdelingen niet zouden worden uitgezet als fysieke overdracht niet mogelijk was. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond, waardoor de beroepen van de vreemdelingen alsnog ongegrond werden verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.