ECLI:NL:RBDHA:2017:12724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en oplegging inreisverbod wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. De rechtbank oordeelt dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is, mede omdat de informatie van een teruggekeerde buurman afkomstig is van een niet-objectief persoon en geen nieuwe geloofwaardige feiten bevat.
Eiser verzocht tevens om een afgeleide verblijfsvergunning asiel op grond van het feit dat zijn echtgenote een verblijfsvergunning heeft en zij elkaar zorg verlenen. De rechtbank stelt vast dat zij gescheiden van tafel en bed zijn en niet op hetzelfde adres staan ingeschreven, waardoor niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een afgeleide vergunning.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de situatie in Bagdad niet uitzonderlijk is en dat eiser niet behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep. Medische klachten en gevorderde leeftijd zijn onvoldoende om verblijfsrecht te verkrijgen zonder aannemelijk gemaakte individuele risico's.
Het eerdere terugkeerbesluit is niet vervallen door de verkorting van de vertrektermijn, en de rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een herbeoordeling van het besluit rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar blijft van kracht.