ECLI:NL:RBDHA:2017:16724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijf aan alleenstaande grootmoeder op grond van nareis asiel
Eiseres, een Syrische grootmoeder in slechte medische toestand, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van nareis bij haar zoon, die asiel heeft gekregen. Haar zoon en diens gezin kregen allen een mvv toegewezen, behalve eiseres. De IND wees haar aanvraag af omdat zij als moeder van een meerderjarige niet valt onder de in de Vreemdelingenwet 2000 genoemde categorieën voor nareis.
Eiseres voerde aan dat zij als gezinslid moest worden erkend op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn en dat er sprake was van een hoge mate van afhankelijkheid. De rechtbank oordeelde dat de richtlijn geen directe werking heeft en dat de wet geen verplichting bevat om verblijf aan ouders van meerderjarigen toe te staan. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd afgewezen omdat dit niet in het kader van een mvv nareis beoordeeld kan worden.
Verder wees de rechtbank het beroep op de afwijkingsbevoegdheid van de IND af, omdat niet aan de wettelijke voorwaarden werd voldaan. De rechtbank erkende wel de bijzondere omstandigheden van eiseres, waaronder haar leeftijd en medische toestand, en verzocht de IND om een aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro welwillend te beoordelen. Het beroep werd echter ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van verblijf aan de grootmoeder op grond van nareis asiel.