ECLI:NL:RBDHA:2017:1795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Diepenhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardigheid vrees voor Maoïsten en bekering
Eisers, een echtpaar met de Nepalese nationaliteit, verzochten om een verblijfsvergunning asiel wegens bedreigingen door de Maoïsten en hun bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees de aanvragen af vanwege ongeloofwaardigheid van de vrees en de bekering.
De rechtbank overwoog dat verweerder de geloofwaardigheid van het relaas zorgvuldig had beoordeeld en dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de Maoïsten verantwoordelijk waren voor de dood van de broer, noch dat de desertie van eiser geloofwaardig was. Ook de herhaalde terugkeer naar Nepal en tegenstrijdigheden in verklaringen ondermijnden de geloofwaardigheid.
Ten aanzien van de bekering tot het christendom stelde de rechtbank vast dat eisers onvoldoende inzicht hadden gegeven in het proces en de motieven van hun bekering en dat de verklaringen vaag en oppervlakkig waren. De overgelegde kerkelijke verklaringen konden dit niet compenseren.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat de afwijzing van de asielaanvragen terecht was en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens ongeloofwaardigheid van de vrees en bekering.