ECLI:NL:RBDHA:2017:3694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sociale verzekeringsplicht en belastingheffing van bemanningslid binnenvaartschip
Eiser, woonachtig in Nederland, werkte in 2012 en 2013 als bemanningslid op een binnenvaartschip waarvan de exploitant in Nederland gevestigd is. Voor 2012 was eiser sociaal verzekerd in Nederland en voor 2013 is een A1-verklaring afgegeven die bevestigt dat Nederlandse sociale wetgeving van toepassing is. De rechtbank stelt vast dat de exploitant van het schip inderdaad in Nederland is gevestigd en dat eiser daarom sociaal verzekerd is in Nederland volgens de Rijnvarendenovereenkomst.
De rechtbank behandelt ook de belastingaanslagen over 2012 en 2013. Voor 2012 is de aanslag inclusief heffingsrente gehandhaafd. Voor 2013 wordt de aanslag verminderd op basis van een correctie van het belastbaar inkomen en de daarbij behorende belastingrente. De rechtbank wijst het verzoek van eiser om vrijstelling van premie volksverzekeringen af, omdat de sociale verzekeringsplicht in Nederland geldt en de A1-verklaring van de SVB bindend is.
Verder oordeelt de rechtbank dat de door eiser ingehouden sociale premies correct zijn verwerkt en dat de verrekening van loonheffing niet aan de orde is omdat er geen inhouding heeft plaatsgevonden. Het beroep is voor het deel gericht tegen de aanslag 2013 gegrond verklaard, voor het overige ongegrond. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en draagt verweerder op het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de aanslag 2013 met vermindering van de aanslag en belastingrente, voor het overige ongegrond; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.