ECLI:NL:RBDHA:2017:5306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd en oplegging inreisverbod bevestigd
Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende vreemdeling met een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, is meerdere malen veroordeeld voor ernstige misdrijven. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de verblijfsvergunning ingetrokken per 23 januari 2013 en een inreisverbod van tien jaar opgelegd, later verminderd tot vijf jaar. Eiser betwist de rechtmatigheid van de intrekking en het inreisverbod.
De rechtbank overweegt dat het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk is omdat het inreisverbod voortduurt en daarmee het rechtmatig verblijf van eiser blokkeert. De rechtbank toetst de toepassing van artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en bevestigt dat de intrekking terecht is, mede gelet op de ernst van de gepleegde misdrijven en het ontbreken van een positieve gedragsverandering.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs levert voor meer dan normale emotionele banden met familie in Nederland en dat het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalt. Het inreisverbod is proportioneel opgelegd gezien de veroordelingen en strafduur. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Beroep tegen intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk; beroep tegen inreisverbod ongegrond verklaard.