ECLI:NL:RBDHA:2017:6629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse soenniet wegens onvoldoende geloofwaardigheid en geen artikel 15c-situatie
Eiser, een Iraakse soenniet uit Bagdad, vroeg asiel aan in Nederland nadat hij ontvoerd was door een militie, bedreigd werd door een sjiitische militie vanwege zijn werk bij het Ministerie van Olie, en zijn woning was binnengedrongen. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van onvoldoende geloofwaardigheid van de bedreigingen en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank overwoog dat de ontvoering en oproep om tegen ISIS te vechten onvoldoende zwaarwegend waren om vluchtelingenstatus te rechtvaardigen. De bedreiging door de militie Asaib Ahl al-Haq werd niet geloofwaardig geacht, mede omdat eiser niet aannemelijk maakte dat deze militie het ministerie had geïnfiltreerd of dat hij zijn werkgever niet informeerde om redenen die geloofwaardig waren.
Verder concludeerde de rechtbank dat soennieten in Bagdad niet systematisch worden vervolgd en dat de situatie in Bagdad niet voldoet aan de criteria van een artikel 15c-situatie zoals bedoeld in de EU-definitierichtlijn. De rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie en landeninformatie die dit bevestigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is de asielaanvraag definitief afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.