ECLI:NL:RBDHA:2017:1583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens faciliteren oorlogsmisdaden in Irak
Eiser, een soennitische Koerd uit Irak, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen omdat hij volgens verweerder betrokken was bij ernstige misdrijven, waaronder het faciliteren van buitengerechtelijke executies tijdens zijn dienst als beroepsmilitair. Tevens werd een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat eiser gedurende veertien dagen deelnam aan huis-aan-huis acties waarbij mannen werden vastgebonden en geëxecuteerd, en dat hij hiermee persoonlijk en bewust heeft bijgedragen aan oorlogsmisdaden. Het verweer dat hij bevelen moest opvolgen en onder dwang handelde, werd verworpen.
Hoewel eiser stelde dat terugkeer naar zijn woonplaats in Irak een risico vormt, erkende de rechtbank dat hij zich elders in Irak, met name in Bagdad, redelijkerwijs kan vestigen. Het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard, mede vanwege het ernstige karakter van de misdrijven waarvoor eiser verantwoordelijk wordt gehouden.
Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang daarvan vervalt zolang het inreisverbod geldt. De rechtbank concludeerde dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het gezinsleven van eiser, ondanks de aanwezigheid van zijn vrouw en kinderen in Nederland.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk.