ECLI:NL:RBDHA:2017:8535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Italië
Eiser diende in Nederland een asielaanvraag in die niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij reeds internationale bescherming geniet in Italië, waar hij een geldige verblijfsvergunning bezit. Eerder was hij overgedragen aan Italië en heeft daar een positieve asieluitspraak gekregen. Eiser betoogt dat Italië zijn verplichtingen niet nakomt en dat terugkeer naar Italië risico's inhoudt, waaronder schending van het non-refoulementbeginsel en onmenselijke behandeling.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Dublinverordening en de Vreemdelingenwet Nederland bevoegd is de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren indien een andere lidstaat verantwoordelijk is. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de situatie in Italië niet zodanig is dat overdracht in strijd is met het EVRM. Eiser heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd om het tegendeel aannemelijk te maken.
Verder oordeelt de rechtbank dat de band van eiser met Italië sterker is dan met Nederland, mede vanwege zijn geldige verblijfsstatus in Italië. Ook is vastgesteld dat eiser in staat is om zelfstandig naar Italië terug te keren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser wordt verplicht zich onmiddellijk naar Italië te begeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser moet zich onmiddellijk naar Italië begeven.