Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 januari 2017 in de zaken tussen
[eiser] , geboren op [1972] , van Syrische nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft meegedeeld dat het in gebreke is.
a. hij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft begaan, zoals omschreven in de internationale overeenkomsten welke zijn opgesteld om bepalingen met betrekking tot deze misdrijven in het leven te roepen.
Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat hetgeen eiser stelt in tegenspraak is met dat wat uit openbare bronnen is gebleken over het afsluiten van de watertoevoer als wapen bij belegeringen door het Syrische leger. Ook is het niet in overeenstemming met eisers eigen verklaringen. Eiser heeft immers duidelijk aangegeven dat hij zich bewust was van het effect dat het afsluiten van water had op de inwoners van de afgesloten gebieden en hij heeft blijk gegeven van gewetensnood hierover.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het opleggen van een inreisverbod van tien jaar ongegrond.