ECLI:NL:RBDHA:2017:9753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en onvoldoende inzicht financiële situatie
Eiseres ontvangt sinds 2011 een bijstandsuitkering en werkt daarnaast als beheerster. Verweerder ontving een melding dat eiseres werkzaam was tijdens een bestuurlijke controle, waarna een onderzoek werd gestart. Op basis hiervan werd het recht op bijstand over diverse perioden herzien en teruggevorderd, waarbij ook de terugvordering werd gebruteerd.
Eiseres betwist de herziening en terugvordering en stelt dat zij vrijwel niets te besteden heeft, schulden heeft en geld leent van vrienden. Zij wijst ook op rekenfouten in de salarisvergelijking door verweerder. Verweerder stelt dat eiseres onvolledige en onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, dat kasstortingen en bijschrijvingen niet zijn gemeld en dat de uitgaven aan levensonderhoud onder de NIBUD-norm liggen.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van de Participatiewet een onderzoek mocht instellen en dat eiseres gegevens niet had gemeld die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Kasstortingen en bijschrijvingen worden als middelen beschouwd, ook als het leningen betreft. Omdat eiseres onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie en niet kon aantonen hoe zij in haar levensonderhoud voorzag, is de herziening en terugvordering terecht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.