ECLI:NL:RBDHA:2018:13741

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2018
Publicatiedatum
20 november 2018
Zaaknummer
NL18.17349
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen MVV aanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn MVV-aanvraag. Tijdens de procedure heeft verzoeker het beroep ingetrokken en tegelijkertijd verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft vervolgens alsnog een beslissing genomen en verklaarde bereid te zijn de proceskosten te vergoeden.

De rechtbank oordeelt dat aan de voorwaarden voor proceskostenvergoeding is voldaan, omdat verweerder tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen tijdens het beroep. Dit is in lijn met vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verzoeker heeft het verzoek om vergoeding gelijktijdig met de intrekking van het beroep gedaan.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de proceskosten vast op €125,25, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,25. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €125,25 na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.17349
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2018 op het verzoek om een veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen als de indiener daartoe een verzoek doet gelijktijdig met de intrekking.
2. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) is sprake van tegemoetkomen in de zin van dit artikellid wanneer hangende een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing wordt genomen, behalve als de indiener wist dat op korte termijn een besluit zou worden genomen of als het besluit is genomen kort na ontvangst van noodzakelijke aanvullende gegevens van de indiener. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1753).
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verweerder heeft in het verweerschrift meegedeeld bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. Verzoeker heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met de intrekking van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
5. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de door verzoeker gemaakte proceskosten vast op € 125,25 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van 501,- waarbij volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling vervolgens de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) dient te worden toegepast. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3403).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten ten bedrage van € 125,25 (honderdvijfentwintig euro en vijfentwintig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.