ECLI:NL:RVS:2018:301
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verzoek op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over besluiten van de minister van Justitie en Veiligheid inzake verzoeken op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Appellant had bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop de minister kopieën van brieven van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens had verstrekt en had een verzoek ingediend op grond van artikel 35 Wbp Pro.
De minister had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek op grond van de Wbp inhoudelijk afgewezen, waarna de rechtbank het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaarde. Appellant voerde onder meer aan dat de rechtbank partijdig was en dat hem informatie werd onthouden.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister heeft voldaan aan zijn verplichtingen onder artikel 35 Wbp Pro door een volledig en begrijpelijk overzicht van de persoonsgegevens te verstrekken, inclusief informatie over de herkomst en het doel van de verwerking. De Raad wijst het betoog over partijdigheid af en bevestigt dat appellant geen recht heeft op verstrekking van de volledige documenten of de namen van betrokken ambtenaren.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.