ECLI:NL:RVS:2018:1706
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake inzage persoonsgegevens UWV na verzoek en bezwaar
In deze zaak heeft appellant bij het UWV verzocht om inzage en afschriften van zijn persoonsgegevens. Het UWV heeft op dit verzoek beslist en na bezwaar aanvullende stukken verstrekt, waaronder geanonimiseerde interne notities en e-mails.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet meer documenten in bezit had en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat er nog meer relevante stukken moesten bestaan, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het recht op inzage volgens de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet per se inhoudt dat originele documenten moeten worden verstrekt, maar dat een volledig en begrijpelijk overzicht van persoonsgegevens volstaat.
Hoewel het overzicht onvolledig was, heeft het UWV afschriften verstrekt waarmee appellant de verwerking kon controleren. De Afdeling vond geen reden om het hoger beroep gegrond te verklaren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.