ECLI:NL:RBDHA:2018:14590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een meerderjarige man met de Gambiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat op grond van de Dublinverordening werd vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor zijn asielprocedure. Verweerder verzocht Italië om terugname, waarop geen tijdige reactie kwam, wat als een fictief akkoord geldt.
Eiser voerde aan dat er in Italië systeemfouten zijn in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, en dat hij slachtoffer is van mensenhandel. De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde rapporten en jurisprudentie geen aanleiding geven om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te verwerpen. Ook was het bewijs voor mensenhandel onvoldoende en had eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling bij terugkeer.
Het Salvini-decreet in Italië, dat de toegang tot opvang beperkt, werd beoordeeld als onvoldoende concreet en tijdelijk van aard om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het verzoek niet in behandeling nam en dat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.