ECLI:NL:RBDHA:2018:14821
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierechtelijke relatie
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn vermeende echtgenote, de referente, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit en familierechtelijke relatie met referente niet aannemelijk had gemaakt. Onderzoek door Bureau Documenten concludeerde dat de overgelegde kerkelijke huwelijksakte waarschijnlijk niet authentiek was en dat de identiteit en relatie onvoldoende bewezen waren.
Eiser voerde aan dat hij geen officiële documenten kon overleggen vanwege verlies tijdens vlucht en dat hij bereid was mee te werken aan aanvullend onderzoek, maar dit niet kon vanwege verblijf in een AZC in Italië. Verweerder bood een gehoor op de Nederlandse ambassade in Rome aan, maar eiser verscheen niet en gaf geen tijdige reden daarvoor. De rechtbank oordeelde dat verweerder conform het geldende beleid heeft gehandeld en dat het niet verschijnen op het gehoor verwijtbaar was.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn identiteit en familierechtelijke relatie, en dat verweerder het besluit voldoende had gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie.