ECLI:NL:RVS:2020:1197
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag vervanging verblijfsdocument en afwijzing schadevergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 september 2016 de aanvraag van de vreemdeling om zijn verblijfsdocument te vervangen af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 6 januari 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werden nieuwe grieven ingediend, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat ze buiten de termijn waren ingediend. De overige grieven leidden niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat deze geen vragen bevatten van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De vreemdeling verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling oordeelde dat de totale procedure van bezwaar, beroep en hoger beroep niet langer dan vier jaar had geduurd, zodat geen sprake was van overschrijding. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.