Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
BSA SCHADEREGELING B.V.,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Den Haag
BSA Schaderegeling B.V. verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer, die sinds 1997 in dienst was en zich sinds augustus 2017 ziek had gemeld. De werknemer werd beschuldigd van seksueel intimiderend en ongepast gedrag jegens een jongere medewerker en andere teamleden, wat leidde tot een verstoorde arbeidsverhouding. Na ziekmelding stelde de werknemer een belangrijke opdrachtgever buiten medeweten van BSA op de hoogte van het arbeidsgeschil.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel het gedrag van de werknemer ontoelaatbaar was en herplaatsing binnen het kleine bedrijf niet mogelijk was, het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing bleef omdat de werknemer zich nog binnen het eerste ziektejaar bevond. De diagnose sarcoïdose en de daarmee samenhangende arbeidsongeschiktheid werden erkend, en het was niet aannemelijk dat de werknemer zijn ziekte had aangegrepen om ontslag te voorkomen.
De rechtbank stelde dat het belang van de werkgever bij ontbinding niet zwaarder woog dan de ontslagbescherming van de zieke werknemer. De mogelijkheid tot re-integratie via het tweede spoor werd nog onderzocht. Daarom werd het ontbindingsverzoek afgewezen zonder toewijzing van kosten. De situatie kan na twee jaar ziekte heroverwogen worden.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte.