ECLI:NL:RBDHA:2018:15460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsrecht ingangsdatum op grond van artikel 20 VWEU
Eiseres, moeder van twee Nederlandse kinderen, ontving op grond van artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez een verblijfsdocument. Zij maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van dit verblijfsrecht, omdat zij wil weten vanaf wanneer haar verblijfsrecht geldt, wat relevant is voor onder meer verblijfsvergunningen en financiële aanspraken.
De staatssecretaris stelde dat het verblijfsrecht declaratoir is en dat hij niet bevoegd is de ingangsdatum vast te stellen of bekend te maken. De rechtbank oordeelde dat deze motivering onvoldoende is, mede omdat de staatssecretaris intern wel een ingangsdatum vaststelt en deze aan andere instanties bekendmaakt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over de ingangsdatum van het verblijfsrecht.