Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser, verzoeker,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Eiser handhaaft het beroep tegen het bestreden besluit, omdat hij belang heeft bij de vaststelling van de ingangsdatum van zijn rechtmatig verblijf in verband met een weigering van de Gemeente [plaats] om hem een uitkering op grond van de Participatiewet toe te kennen naar de gezinsnorm.
De richtlijn waar de Afdeling in de uitspraak over spreekt, betreft de Verblijfsrichtlijn. In die situatie betrof het een vreemdeling die verblijfsrecht kon ontlenen aan de Verblijfsrichtlijn, in verband met een relatie met een Unieburger. Dat was de grond voor verstrekking van het zogenaamde artikel 9-document. In het geval van eiseres is dat anders. Eiseres ontleent namelijk haar afgeleide verblijfsrecht aan artikel 20 van Pro het VWEU, zoals volgt uit het arrest Chavez-Vilchez. Dat betekent dat de grondslag van haar verblijfsrecht verschilt van die van de vreemdeling in de Afdelingsuitspraak. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd uiteengezet dat deze rechtspraak onverkort geldt voor afgeleide verblijfsrechten zoals dat van eiseres.”
De richtlijn staat er niet aan in de weg dat het nationale recht voorziet in de mogelijkheid om de ingangsdatum van het rechtmatig verblijf van een vreemdeling op grond van het gemeenschapsrecht vast te stellen, indien daar door een vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7 van het Vb 2000 uitdrukkelijk om wordt verzocht. Bij of krachtens de Vw 2000 is in een dergelijke bevoegdheid echter niet voorzien. De staatssecretaris was derhalve, gelet op het ontbreken van een wettelijke grondslag daarvoor, niet bevoegd om de ingangsdatum van het rechtmatig verblijf van de vreemdeling vast te stellen.”
4.3.2 Zoals de rechtbank in de door eiser aangehaalde uitspraak heeft overwogen ziet die uitspraak van de Afdeling uit 2011 niet op van artikel 20 VWEU Pro afgeleide verblijfsrechten. Dat kon destijds ook niet, nu het eerste arrest van het Hof [7] waarin een dergelijk verblijfsrecht is vastgesteld, het arrest Zambrano [8] , dateert van daarna. Sinds dat arrest heeft het Hof de wijze waarop moet worden beoordeeld of een derdelander aanspraak maakt op een dergelijk afgeleid verblijfsrecht en welke rechten en plichten hij daaraan ontleent verder ontwikkeld in, onder meer, de arresten Dereci [9] , Chavez-Vilchez en K.A. [10]
Voorts zij eraan herinnerd dat het recht van verblijf in de gastlidstaat dat de derdelander die een familielid van een Unieburger is, aan artikel 20 VWEU Pro ontleent, rechtstreeks uit dit artikel voortvloeit en niet veronderstelt dat de derdelander reeds in het bezit is van een andere verblijfstitel voor het grondgebied van de lidstaat in kwestie. Daarbij komt dat het voordeel van dat verblijfsrecht aan die derdelander moet toekomen zodra de afhankelijkheidsverhouding tussen hem en de Unieburger ontstaat, zodat hij vanaf dat moment en zolang die afhankelijkheidsverhouding voortduurt, niet kan worden geacht illegaal op het grondgebied van de lidstaat in kwestie te verblijven in de zin van artikel 3, punt 2, van richtlijn 2008/115.”
De rechtbank volgt verweerder daarom niet in zijn conclusie dat in een procedure waarin om vaststelling van het rechtmatig verblijf wordt gevraagd dat voortvloeit uit artikel 20 VWEU Pro verweerder geen bevoegdheid toekomt om de ingangsdatum daarvan vast te stellen.
- foto’s van eiser samen met zijn vrouw en/of [stiefzoon] ;
- het aanmeldingsformulier van 26 april 2015 van [stiefzoon] moeder voor de vrouwenopvang;
- de echtscheidingsbeschikking van [stiefzoon] biologische ouders van de rechtbank Rotterdam van 20 oktober 2015;
- de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 16 oktober 2019 waarin is bepaald dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en [stiefzoon] moeder alleen het gezag over [stiefzoon] toekomt;
- een brief van huisarts [huisarts] van 31 december 2019;
- meer foto’s van [stiefzoon] en eiser.
- een brief van [verloskundige] , verloskundige, van 7 juli 2020, waarin zij het belang van de aanwezigheid van eiser voor mevrouw [partner] en [stiefzoon] onderstreept.