Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 april 2018 in de zaak tussen
[B.V. 1], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Geschil6. In geschil is of verweerder de afwaardering van de vordering en de daarover berekende doch niet ontvangen rente bij de winstbepaling terecht niet in aanmerking heeft genomen. Meer specifiek is in geschil of de lening die aan de vordering ten grondslag ligt, onzakelijk is, hetgeen verweerder stelt en eiseres weerspreekt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een, berekend naar een belastbaar bedrag van € 1.010.953 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 250;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres te vergoeden.