Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2018 in de zaken tussen
[B.V. X] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Vergrijpboete
De verkeersboetes zijn door [eiseres] slechts in een enkel geval verrekend met het netto loon van werknemers. Zo heeft [B.V. Y] , in het jaar 2013, als kentekenhouder, een bedrag van € 7.638,- betaald aan verkeersboetes voor auto’s die ter beschikking zijn gesteld aan werknemers van [eiseres]. Hiervan is in totaal € 326,- verrekend met het netto loon. Per saldo dient in 2013 een bedrag van € 6.972,- nog tot het loon gerekend te worden. Ook voor de overige jaren dient deze correctie gemaakt te worden. (…)
Beoordeling
Nettoloonbetalingen
Verkeersboetes
Privégebruik auto
Geschil10. In geschil is of de naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting alsmede de rentebeschikkingen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Ten aanzien van alle naheffingsaanslagen geldt dat het geschil zich toespitst op de vraag of de correcties in verband met privégebruik van de auto’s door de werknemers terecht zijn aangebracht. Ten aanzien van de naheffingsaanslagen loonheffingen zijn daarnaast de correcties over de niet verhaalde verkeersboetes en de netto loonbetalingen in geschil. Ten slotte is in geschil of de vergrijpboetes terecht en tot juiste bedragen zijn opgelegd.
In de zaken die zich richten tegen de naheffingsaanslagen over het tijdvak 2014 heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank wel alle op de zaak betrekking hebbende stukken ingebracht. Niet in geschil is dat eiseres met betrekking tot het tijdvak 2014 geen rittenregistraties heeft bijgehouden omdat zij in dat tijdvak de regeling van doorlopend afwisselend gebruik als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) heeft toegepast.
a. merk, type en kenteken van de auto;
20 december 2011, nr. BLBK2011/2560M (Besluit) is - met ingang van 1 juli 2011 - evenwel goedgekeurd dat de wegens privégebruik verschuldigde omzetbelasting wordt vastgesteld op 2,7% van de catalogusprijs van de desbetreffende auto. Die goedkeuring geldt voor de situatie dat uit de administratie van de ondernemer niet blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt en/of welke kosten hieraan zijn toe te rekenen. Het besluit van 20 december 2011 is - met voor zover van belang dezelfde inhoud - met ingang van 1 juli 2011 vervangen door het Besluit van 11 juli 2012, nr. BLKB 2012/639M, Stcrt. 2012, 14822.
Beslissing
1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 gegrond;