ECLI:NL:RBDHA:2018:788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Ghrib
- T. Sleeswijk Visser - Boer
- M.J.L. van der Waals
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende motivering actuele bedreiging openbare orde
Eiser, sinds 1978 rechtmatig in Nederland verblijvend en sinds 1988 houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning ingetrokken en een inreisverbod opgelegd vanwege meerdere veroordelingen voor ernstige misdrijven. Verweerder baseerde het besluit op artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij ook oudere misdrijven werden betrokken.
Eiser voerde aan dat verweerder niet de juiste toets hanteerde bij het opleggen van het inreisverbod en onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder psychische problematiek en langdurige behandeling. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek en motivering had verricht omtrent de actualiteit en ernst van de bedreiging die eiser zou vormen.
De rechtbank stelde vast dat de meeste ernstige misdrijven van eiser lang geleden zijn gepleegd en dat het meest recente misdrijf, schuldheling in 2016, niet voldoende is om een actuele bedreiging aan te nemen. Ook werd rekening gehouden met de context van de ernstige bedreiging uit 2014, waarbij eiser onder behandeling staat voor psychische problemen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet heeft voldaan aan de vereisten uit het arrest Z.Zh. en I.O. en dat het besluit daarom niet stand kan houden. Het beroep tegen zowel het inreisverbod als de intrekking van de verblijfsvergunning werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.