ECLI:NL:RVS:2019:562
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en in stand laten rechtsgevolgen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 25 mei 2016 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, hem bevolen de EU te verlaten en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Dit inreisverbod werd later verkort tot vijf jaar. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit van 28 mei 2017 omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het gedrag van de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging vormde.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het gedrag van de vreemdeling, die sinds 1978 in Nederland verblijft en een lange geschiedenis van strafbare feiten heeft, wel degelijk een actuele bedreiging vormt. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.
De vreemdeling voerde aan dat hij sterke familiebanden heeft en dat zijn situatie in Marokko problematisch zou zijn, maar de Raad van State vond deze belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro niet doorslaggevend. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit van 28 mei 2017 in stand blijven.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 28 mei 2017 blijven volledig in stand na vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.