ECLI:NL:RBDHA:2018:8084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.X. Cozijn
- D.R. van der Meer
- H. Nijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens verblijf in het buitenland
Eiseres ontving een WW-uitkering na het beëindigen van haar dienstverband. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 22 augustus 2014 anders dan wegens vakantie in Gambia verbleef en verrichtte daar onbezoldigde vrijwilligersarbeid. Op grond van artikel 19 lid 1 onder Pro e van de WW heeft zij daardoor geen recht op WW-uitkering vanaf 1 januari 2015.
Het UWV herzag het recht op uitkering en vorderde een bedrag van €55.773,49 terug wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres voerde aan dat zij beschikbaar bleef voor de Nederlandse arbeidsmarkt door te solliciteren en dat bijzondere omstandigheden toepassing van artikel 19 lid 1 onder Pro e uitsluiten. De rechtbank oordeelde dat beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt niet relevant is voor deze uitsluitingsgrond en dat de omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om artikel 19 buiten Pro toepassing te laten.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden door haar verblijf en vrijwilligerswerk niet te melden. De terugvordering is daarom terecht, hoewel het UWV voorlopig afziet van invordering vanwege haar financiële situatie. De rechtbank vond de financiële en sociale omstandigheden van eiseres onvoldoende om van terugvordering af te zien en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.