ECLI:NL:RBDHA:2018:9730
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse scheidsrechter wegens ongeloofwaardigheid bekering en vervolgingsangst
Eiser, een Iraanse staatsburger en internationaal scheidsrechter, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij in Iran vervolgd werd vanwege incidenten met de veiligheidsdienst Herasat en zijn bekering tot het christendom. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van deze gronden.
De rechtbank oordeelde dat de oproepen door Herasat tot juni 2015 niet aannemelijk waren, mede omdat eiser onvoldoende inzicht gaf in de inhoud en het doel van de verhoren en zijn gedrag na de oproepen niet paste bij acute vervolgingsangst. Ook achtte de rechtbank de bekering tot het christendom ongeloofwaardig, omdat eiser geen overtuigende persoonlijke motivatie of diepgaande kennis van het geloof kon aantonen.
Het rapport van prof. dr. Van Saane, dat de bekering ondersteunde, werd door verweerder niet doorslaggevend geacht vanwege diens integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. De rechtbank bevestigde deze beoordeling en concludeerde dat eiser geen vluchteling was in de zin van het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en vervolgingsangst.