ECLI:NL:RBDHA:2019:12585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Letland ondanks medische en mantelzorgargumenten
Eiseres diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot deze niet in behandeling te nemen omdat Letland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat zij in Letland onvoldoende medische zorg zou krijgen en afhankelijk is van mantelzorg van haar zoon in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat Nederland mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Letland adequate medische zorg biedt, tenzij sprake is van structurele tekortkomingen, wat eiseres niet aannemelijk maakte. Ook werd geoordeeld dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij afhankelijk is van de mantelzorg van haar zoon, zoals vereist onder artikel 16 van Pro de Dublinverordening.
Verder stelde eiseres dat overdracht naar Letland haar gezondheid ernstig zou schaden, verwijzend naar een arrest van het Hof van Justitie EU. De rechtbank vond dat de medische stukken niet aantoonden dat overdracht een reëel en bewezen risico op ernstige achteruitgang inhoudt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Otten op 18 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.