ECLI:NL:RVS:2018:4310
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat staatssecretaris terecht asielaanvraag niet in behandeling nam wegens Dublinverordening
De staatssecretaris heeft op 23 augustus 2018 besloten een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De vreemdeling betoogde dat zij afhankelijk is van haar ouders en zus die in Nederland wonen, en dat haar verzoek daarom in Nederland behandeld moet worden. De rechtbank had het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat een afhankelijkheidsrelatie bestond zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd dat de zorg die zij nodig heeft alleen door haar familie kan worden verleend en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader medisch onderzoek nodig was.
De vreemdeling stelde verder dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast en dat zij extreem kwetsbaar is, maar de Afdeling vond dat de staatssecretaris terecht van dit beginsel uitging en dat er geen aanwijzingen zijn voor systematische tekortkomingen in Italië die haar situatie zouden rechtvaardigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en vernietigt het vonnis van de rechtbank, waarbij het beroep van de vreemdeling ongegrond wordt verklaard.