Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEisers hebben aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijke besluiten van 18 juli 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder deze aanvragen afgewezen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.16821 plaatsgevonden op 27 augustus 2019.Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Overwegingen
b. er bestaat geen risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, van de Wet, en
c. het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag wordt nageleefd, en
d. het verbod op verwijdering in strijd met het recht op vrijwaring tegen foltering of andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling, zoals neergelegd in het internationale recht, wordt nageleefd, en
e. de mogelijkheid bestaat om de vluchtelingenstatus te verzoeken en, indien hij als vluchteling wordt erkend, bescherming te ontvangen overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag.’’