ECLI:NL:RVS:2019:128
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land Bosnië en Herzegovina
De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard omdat Bosnië en Herzegovina als veilig derde land wordt beschouwd. De vreemdeling, Syrische nationaliteit, is gehuwd met een burger van Bosnië en Herzegovina die in de Verenigde Arabische Emiraten woont en werkt.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd en het beroep gegrond verklaard, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat toegang tot Bosnië en Herzegovina mogelijk is, mede op grond van de gezinsherenigingsprocedure. De vreemdeling heeft onvoldoende aangetoond dat hij niet aan de voorwaarden voor toegang kan voldoen.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. Het beroep wordt alsnog ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft niet-ontvankelijk wegens veilig derde land.