ECLI:NL:RBDHA:2019:13023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-nareis ouders wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Eiser, een Syrische asielzoeker die in 2014 als minderjarige naar Nederland kwam en inmiddels meerderjarig is, verzocht om zijn familie naar Nederland te laten komen via het mvv-nareisbeleid. Destijds kwam een meerderjarige asielzoeker niet in aanmerking voor nareis. Naar aanleiding van een arrest van het Europese Hof van Justitie in 2018 wijzigde verweerder het beleid, waarbij de datum van binnenkomst bepalend werd voor de beoordeling.
Eiser diende de mvv-aanvraag voor zijn ouders echter pas in juli 2018 in, ruim na de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank oordeelt dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het eerdere beleid was niet onrechtmatig en het advies van Vluchtelingenwerk Nederland om geen aanvraag in te dienen was in lijn met het toen geldende beleid.
De rechtbank benadrukt dat eiser een eigen verantwoordelijkheid had om tijdig een aanvraag in te dienen en tegen een eventuele afwijzing te procederen. De beroepen van zowel de ouders als de broers en zussen van eiser worden ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij de mvv-nareis aanvraag.