ECLI:NL:RBDHA:2019:1546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 2 oktober 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Uit Eurodac bleek dat hij illegaal via Italië de EU was binnengekomen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege het Salvini-decreet en recente rapporten die wijzen op verslechterde opvang- en rechtsbeschermingsomstandigheden in Italië. Hij verwees naar het gezamenlijke monitoringsrapport van de Danish Refugee Council en Swiss Refugee Council, alsmede nieuwsartikelen.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht van het vertrouwensbeginsel uitgaat, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd vastgesteld dat geen sprake is van een reëel risico op schending van fundamentele rechten bij terugkeer naar Italië. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank vond de aangevoerde rapporten en nieuwsberichten onvoldoende concreet en overtuigend om het standpunt te wijzigen. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat eiser een kwetsbare asielzoeker is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.