ECLI:NL:RBDHA:2019:2918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderings- en naheffingsaanslagen wegens feitelijke leiding vennootschap op Malta
De rechtbank Den Haag oordeelt dat verweerder een bewuste standpuntbepaling heeft ingenomen dat de feitelijke leiding van X BV sinds 2008 op Malta is gevestigd. Verweerder slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de feitelijke leiding in 2011 en 2012 in Nederland was. Hierdoor moet X BV, opgericht naar Nederlands recht, voor verdragstoepassing als inwoner van Malta worden aangemerkt en is zij slechts beperkt binnenlands belastingplichtig in Nederland.
De navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting voor 2011 en 2012, die zien op rente-inkomsten uit Zwitserse bronnen, zijn onterecht opgelegd omdat deze inkomsten niet tot Nederlandse bronnen behoren. Ook de naheffingsaanslagen dividendbelasting voor dezelfde jaren, opgelegd over dividenduitkeringen aan een Zwitserse aandeelhouder, zijn onterecht omdat Nederland op grond van het belastingverdrag met Zwitserland niet bevoegd is te heffen.
De rechtbank wijst het beroep van eiseres toe, vernietigt de aanslagen en rentebeschikkingen en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het arrest bevestigt dat het belastingverdrag met Malta en het drielandenpunt-arrest van de Hoge Raad bepalend zijn voor de heffingsbevoegdheid in grensoverschrijdende situaties.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en naheffingsaanslagen dividendbelasting voor 2011 en 2012 worden vernietigd omdat de feitelijke leiding van X BV op Malta was en Nederland geen heffingsbevoegdheid had.