Conclusie
1.Overzicht
remittancebepaling (art. 2(5)) in het belastingverdrag met Malta dan het Nederlandse heffingsrecht beschermt.
oversea company. Over die zetelverplaatsing is overleg gevoerd met de Inspecteur.
foreign income not remitted).Zij heeft in 2011 en 2012 dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouder in Zwitserland.
geschilis of die navorderings- en naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd, met name (i) of de Inspecteur vertrouwen heeft gewekt dat ook hij de belanghebbende feitelijk op Malta gevestigd achtte, en zo neen: (ii) waar zij dan feitelijk geleid wordt, en als dat Malta is: (iii) of het Nederlandse heffingsrecht dan wordt beperkt door de belastingverdragen met (a) Zwitserland en/of (b) Malta.
Rechtbankmeende dat de Inspecteur voor de Vpb de indruk van een bewuste standpuntbepaling heeft gewekt, dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende feitelijk in Nederland werd geleid en dat het
Ierland II-arrest HR
BNB1994/163 Nederlands heffingsrecht over de Zwitserse rente-inkomsten uitsluit. Over de dividendbelasting heeft de Rechtbank geoordeeld dat het Drielandenpunt-arrest HR
BNB2001/295 doorwerkt naar het verdrag met Zwitserland, zodat Nederland geen dividendbelasting kan (na)heffen.
Hofdaarentegen oordeelde ad (i) dat de belanghebbende er niet op kon vertrouwen dat de Inspecteur akkoord was met het aannemen van feitelijke leiding op Malta, nu zij ten tijde van het overleg met de Inspecteur al niet van plan was om haar statutaire bestuur ook de daadwerkelijke leiding over haar bedrijfsactiviteiten te geven en niet alle relevante informatie heeft verstrekt. Niet aannemelijk is dat tijdens het overleg de dividendbelasting is besproken, zodat zij ook ter zake van die belasting geen vertrouwen aan dat overleg kan ontlenen. De Inspecteur heeft volgens het Hof aannemelijk gemaakt dat belanghebbendes werkelijke leiding in Nederland werd uitgeoefend. Het Hof zag geen ambtelijk verzuim en achtte daarom navordering gerechtvaardigd. Als de werkelijke leiding in Nederland zit, wordt Nederland door de belastingverdragen met Zwitserland en Malta niet beperkt in zijn heffingsrecht. Ten overvloede oordeelde het Hof dat ook als de werkelijke leiding wel op Malta zou zitten, Nederland toch, op grond van de
remittancebepaling van art. 2(5) Verdrag met Malta, de rente-inkomsten zou mogen belasten.
cassatiemiddelen:
verweerad (i) en (ii) dat de belanghebbende bepaalde stukken niet heeft overhandigd die licht werpen op de bevoegdheden van de Maltese bestuurders; ad (iii) dat wel degelijk sprake is van een nieuw feit; ad (iv) dat de vastgestelde feiten niet ter discussie staan maar alleen de waardering van die feiten, waarover de cassatierechter niet gaat; ad (v) dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen een grensoverschrijdende en een niet-grensoverschrijdende onderdaan; en ad (vi) dat het Hof de
remittancebepaling juist heeft uitgelegd.
Letter of Confirmationnoch de
Letter of Undertakingen de algemene voorwaarden zijn overgelegd, maar de partijen zijn het eens dat de
Letter of Confirmationwel degelijk is overgelegd. Dat leidt mijns inziens echter niet tot cassatie, want als uit het procesdossier niet anders volgt, is de vaststelling van hetgeen ten processe is voorgevallen voorbehouden aan de zittingsrechter, die heeft vastgesteld dat de algemene voorwaarden en de
Letter of Undertakingniet voor het overleg in 2009 zijn overgelegd. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat die vaststelling onjuist is. Het lijkt ook onwaarschijnlijk dat een Inspecteur feitelijke leiding op Malta zou accorderen als de aansprakelijkheid van de Maltese bestuurders is uitgesloten, die bestuurders slechts op instructie van de opdrachtgever handelen en hun tekenbevoegdheid is beperkt tot $ 1.000.
effective management. Nu het beroep op het vertrouwensbeginsel voor de vennootschapsbelasting niet opgaat, kan het evenmin opgaan voor de dividendbelasting.
non-
remittance,is feitelijk en mijns inziens voldoende gemotiveerd. Geenszins onbegrijpelijk is ’s Hofs oordeel dat de Inspecteur uit vermelding van vrijgesteld inkomen in de aangifte niet hoefde op te maken dat de winst niet naar Malta ging. De Inspecteur mocht er verder van uit gaan, gegeven de in de legger opgenomen accordering van belanghebbendes Maltese vestigingsplaats, dat hij die vestigingsplaats bij afwezigheid van duidelijke aanwijzingen van onjuistheid niet nader hoefde te onderzoeken. Op basis daarvan kon het Hof oordelen dat een nieuw feit voorhanden was.
D. v. Inspecteurvolgt dat de EU-verkeersvrijheden geen meestbegunsting meebrengen op basis waarvan belastingplichtigen kunnen cherry-picken uit niet op hen toepasselijke belastingverdragen met andere landen dan hun woon- of bronland. Een verdragspartner zonder
remittanceregime is niet vergelijkbaar met een verdragspartner mét
remittanceregime; een inwoner van de eerste is niet vergelijkbaar met een inwoner van de laatste. Belanghebbendes situatie onder vigeur van een belastingverdrag mét
remittancebepaling kan niet vergeleken worden met die van een belastingplichtige onder vigeur van een belastingverdrag zónder een dergelijke bepaling.
remittancebepaling en geldt die bepaling wel voor inkomsten uit derde landen?): uit de tekst van het Verdrag volgt dat ‘vermindering’/‘relief’ in art. 2(5) mede
reliefdoor exclusieve toewijzing omvat. Het gaat bij de ‘vermindering’/‘relief’ in de
remittancebepaling om de belastingvermindering – ten opzichte van de situatie zonder Verdrag – als gevolg van de
toewijzingsbepalingen.
Remittancebepalingen maken de toewijzing ongedaan van inkomsten van (al dan niet
domiciled) inwoners van de
remittance baseStaat als die inkomsten niet naar die Staat worden overgemaakt. ‘Vermindering’ in art. 2(5) Verdrag betekent mijns inziens wat de term ‘relief’ in de gelijkelijk authentieke Engelstalige versie van de
remittancebepaling betekent, namelijk elke verlichting van Nederlandse belasting ingevolge enige bepaling van het Verdrag. Exclusieve Verdragstoewijzing aan de andere Staat valt volgens mij duidelijk binnen de term ‘volledige [verlichting] van belasting op grond van een bepaling van deze Overeenkomst in een van de Staten’ in art. 2(5) Verdrag. Het
Ierland II-arrest belet de toepassing van
remittancebepaling dus niet; het is andersom: de
remittancebepaling maakt de toewijzing ongedaan van winst aan Malta die aldaar wegens niet-overmaking niet wordt belast. De
remittancebepaling keert voor inkomensbestanddelen toegewezen aan de
remittance baseStaat die aldaar als gevolg van
non-remittanceniet worden belast, terug naar de situatie zonder Verdragstoewijzing, i.e. toepassing van art. 2(4) Wet Vpb.
remittancebepaling. Er is ook geen gemeenschappelijke toelichting van Malta en Nederland. De enige houvasten zijn dan het uitlegvoorschrift in het Verdrag zelf (art. 3(2)) en het Weense Verdragenverdrag. Dat betekent uitleg van niet-gedefinieerde termen naar Nederlands belastingrecht en voor het overige uitleg (i) te goeder trouw, (ii) overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het Verdrag, (iii) in hun context en (iv) in het licht van voorwerp en doel van het Verdrag.
remittancebepaling moet mijns inziens in het licht van doel (b) worden uitgelegd. Ad (iii): de context van de
remittancebepaling is een
saving clausedie terugkeert naar de toestand zonder Verdragstoewijzing als de Verdragstoewijzing als gevolg van
non-remittanceniet leidt tot effectuering van het toegewezen heffingsrecht; de toestand zonder Verdragstoewijzing is die van onverkorte gelding van art. 2(4) Wet Vpb. Ad (ii): de tekst van art. 2(5) is duidelijk en sluit geen enkele
non-remittedinkomst uit van terugkeer naar de situatie zonder Verdrag. Het resultaat van tekstuele interpretatie is ook geenszins ‘dubbelzinnig of duister’. Ad (i): dat tekstuele interpretatie niet te goeder trouw zou zijn, valt niet in te zien. Het is bij belastingverdragen kennelijk ook uw voorkeursinterpretatie, zoals volgt HR
BNB2020/8 (uitleg
most favoured nationclausule in het Verdrag met Zuid-Afrika) en HR
BNB2018/68 (uitleg van de niet in het Verdrag met Singapore gedefinieerde term ‘managed and controlled’). Ik maak uit die arresten op dat als geen andersluidende gemeenschappelijke bedoeling van de verdragspartijen blijkt, de (gewone betekenis van de) tekst van het Verdrag in beginsel beslist als die tekst duidelijk is en niet door zijn context wordt tegengesproken, zoals in casu.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
chief financial officer(CFO) van de operationele dochtermaatschappij(en) van de belanghebbende.
oversea company’. Bij brief van 2 december 2008 heeft zij de Inspecteur geïnformeerd over de verplaatsing van haar feitelijke leiding naar Malta. Per 20 december 2008 is B geëmigreerd van Nederland naar Zwitserland. In 2009 heeft overleg plaatsgevonden tussen de Inspecteur, B en R.
income not remitted to Maltaen daarom in Malta onbelast bleven.
BNB1994/163 (
Ierland II) [2] is de belanghebbende volgens de Rechtbank na haar zetelverplaatsing nog maar beperkt binnenland belastingplichtig in Nederland omdat het Nederlandse heffingsrecht door het Verdrag met Malta wordt beperkt tot Nederlandse bronnen. De vorderingen op de Zwitserse aandeelhouder kunnen niet als Nederlandse bronnen worden aangemerkt, zodat de daarop ontvangen rente niet tot de Nederlandse heffingsgrondslag behoort. Aan de
remittancebepaling komt men dan niet toe. De Rechtbank heeft daarom de navorderingsaanslagen en de rentebeschikkingen vernietigd.
BNB2001/295 [3] doorwerkt naar het verdrag met Zwitserland (zowel 1951 als 2010), zodat Nederland niet bevoegd is om dividendbelasting na te heffen. De Rechtbank heeft daarom ook de naheffingsaanslagen en de rentebeschikkingen vernietigd.
'Letter of Confirmation'en de
'Letter of Undertaking'(beide gedagtekend 24 juli 2008). Door deze relevante informatie niet met de Inspecteur te delen, heeft zij hem deze relevante feiten en omstandigheden onthouden.”
remittance baseregime.
tiegebroken worden door te bepalen waar de plaats van haar werkelijke leiding/
place of effective managementwas, i.e. de plaats waar wordt beslist welke handelingen zij zal verrichten en waar de belangrijkste commerciële- en management-beslissingen worden genomen over haar bedrijfsactiviteiten (de kernbeslissingen), die onder meer bestaan uit beheer en bestuur van haar deelnemingen en het beheer van haar vorderingen (nagenoeg uitsluitend op B), schulden en liquiditeiten. De Inspecteur heeft volgens het Hof met de door hem aangedragen gegevens, waaronder e-mails, urenspecificaties, overeenkomsten en de beperkte
feevoor [M] aannemelijk gemaakt dat belanghebbendes feitelijke leiding niet bij de aan [M] verbonden bestuurders berustte, maar bij R in Nederland, al dan niet tezamen met B. Haar werkelijke leiding werd dus in Nederland uitgeoefend, waardoor Nederland de verdragswoonstaat is. Het Hof vervolgde:
BNB2001/295 niet relevant voor de toepassing van het woonplaatsartikel en het aanmerkelijk-belangvoorbehoud in het Verdrag met Zwitserland 1951. Nederland mag op grond van art. 9(2)(a)(ii) van dat Verdrag uit 1951 het dividend zonder meer belasten. Ook het verbod op extraterritoriale heffing op dividenden ex art. 10(6) Verdrag met Malta staat aan dividendbelastingheffing niet in de weg, nu de belanghebbende volgens het Hof verdragsinwoner is van Nederland.
3.Het geding in cassatie
verweerad (i) dat uit de gedingstukken blijkt dat tijdens het vooroverleg inderdaad wél de
Letter of Confirmation(maar zonder algemene voorwaarden) is overgelegd, maar niet de
Letter of Undertaking. Juist die algemene voorwaarden en die
Letter of Undertakingbevatten de informatie die licht kon werpen op de bevoegdheids-beperking van de [M] -bestuurders en de beperking van hun aansprakelijkheid; ad (ii) dat als het vertrouwensberoep faalt voor de vennootschapsbelasting, het ook faalt voor de dividendbelasting; ad (iii) dat het nieuwe feit ligt in de pas in 2016 verstrekte informatie waaruit zou kunnen worden afgeleid dat op Malta geen belasting was verschuldigd wegens
non-remittanceen in de feitelijke Nederlandse vestigingsplaats die pas bekend werd uit informatie in 2017; ad (iv) dat de vastgestelde feiten niet ter discussie staan en dat de waardering van die feiten is voorbehouden aan de feitenrechter, welke waardering niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is; ad (v) dat zich geen verboden vertrek-belemmering voordoet omdat geen onderscheid wordt gemaakt tussen een grensover-schrijdende en een binnenlands sedentaire onderdaan; subsidiair stelt de staatssecretarisdat als er al een belemmering is, die geen betrekking heeft op mogelijke vestiging op Malta maar op het niet geheel onbelast kunnen genieten van winst; en ad (vi) dat het Hof de
remittancebepaling juist heeft uitgelegd.
Letter of Undertakingwel degelijk in 2008 is gedeeld met de Inspecteur, dat de Inspecteur niet aan zijn stelplicht en bewijslast heeft voldaan en dat het Hof met zijn oordeel dat documenten niet zouden zijn gedeeld, buiten de rechtsstrijd is getreden; ad (ii) dat de akkoordverklaring van de Inspecteur voor de vennootschapsbelasting doorwerkt naar de dividendbelasting; ad (iii) dat de Inspecteur het in rechte te honoreren vertrouwen heeft gewekt dat hij akkoord was met de invulling van de feitelijke leiding zoals beschreven en toegelicht, want hij heeft haar eerste aangifte Vpb na de zetelverplaatsing aan een onderzoek onderworpen en vragen gesteld, ook al zagen die vragen niet op de feitelijke leiding; hij heeft dus ambtelijk verzuimd; ad (iv) dat het zonder motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is dat Hof het vermoeden gerechtvaardigd acht dat de feitelijke leiding bij R berustte; ad (v) dat Nederland de belanghebbende belemmert in haar vestigingskeuze doordat Nederland na verplaatsing van een BV naar Malta Vpb blijft heffen over winsten behaald na emirgratie en dit niet doet bij een verplaatsing naar Duitsland of Luxemburg; en ad (vi) dat de rente-inkomsten uit Zwitserse bron geen enkele nexus hebben in de Nederlandse heffingssfeer.
4.Vertrouwensbeginsel en nieuw feit (middelen (i) t/m (iii))
Letter of Confirmationnoch de
Letter of Undertakingzijn overgelegd aan de Inspecteur voorafgaand aan het overleg in 2009. De partijen zijn het eens dat die overweging deels onjuist is, nu uit het dossier volgt dat de
Letter of Confirmationwel degelijk is overgelegd en dat die brief de vaste
feeen het uurtarief voor aanvullende werkzaamheden vermeldt dat toekwam aan de Maltese statutaire bestuurders. De Staatssecretaris bestrijdt dat in 2009 ook de algemene voorwaarden en de
Letter of Undertakingzijn overgelegd. Uit die laatste documenten volgt dat de aansprakelijkheid van de Maltese bestuurders voor hun handelingen tot het uiterste is beperkt, dat zij slechts op instructie van de opdrachtgever handelen en dat hun zelfstandige tekenbevoegdheid is beperkt tot $ 1.000.
Letter of Undertakingniet voor of tijdens het overleg in 2009 zijn overgelegd aan de Inspecteur. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat die vaststelling onjuist is. Het lijkt verder onwaarschijnlijk dat een Inspecteur feitelijke leiding op Malta zou accorderen als de aansprakelijkheid van de Maltese bestuurders is uitgesloten, die bestuurders slechts op instructie van de opdrachtgever handelen en hun tekenbevoegdheid is beperkt tot $ 1.000.
remittance baseregime. Die vaststelling wordt in cassatie niet bestreden. De belanghebbende meent echter dat de Inspecteur eerder argwaan jegens haar had moeten gaan koesteren, met name door de vermelding van “overige vrijgestelde winstbestanddelen” in de aangiften vanaf 2008, en dat hij, toen hij de belanghebbende n2009 vragen stelde over andere onderwerpen, ook had moeten vragen naar details van de bevoegdheden en aansprakelijkheden van de Maltese bestuurders en andere feiten die van belang zijn voor de plaats van de feitelijke leiding.
op Maltabelastingvrijdom genoot. [6] De informatie waarover de Inspecteur beschikt moet op onjuistheid van de aangifte wijzen, wil hij tot nader onderzoek gehouden zijn. [7] Belanghebbendes impliciete stelling dat de Inspecteur, als hij inhoudelijk naar een aangifte kijkt en daarover iets aan de belastingplichtige vraagt, op straffe van verlies van navorderingsbevoegdheid verplicht zou zijn om meteen ook al het denkbare andere te vragen, vindt volgens mij geen steun in het recht. Met het Hof meen ik dat de Inspecteur ervan uit mocht gaan, gegeven de in de legger opgenomen accordering van belanghebbendes Maltese vestigingsplaats, dat hij die vestigingsplaats bij afwezigheid van duidelijke aanwijzingen van onjuistheid niet nader hoefde te onderzoeken bij de aanslagregeling.
Belanghebbendes feitelijke vestigingsplaats; bewijs(last)(verdeling) - middel (iv)
BNB1993/193 overwoog u:
BNB2018/68 (Singapore) overwoog u:
tie breakin het OESO-Modelbelastingverdrag. Het is dus mogelijk dat ‘control and management’ naar Maltees recht op Malta zitten hoewel de werkelijke leiding zich elders bevindt. Die mening verraadt geen rechtskundig onjuist inzicht.
tie-breakin art. 4(4) van het Verdrag (
place of effective management). In r.o. 5.39 heeft het Hof zijn conclusie op dat punt verwoord (de werkelijke leiding zat in Nederland) en die uitgebreid gemotiveerd in de r.o. 5.40 t/m 5.50.2 op basis van de door de Inspecteur aangevoerde en door het Hof onder de feiten geciteerde e-mails en documenten.
effective managementin Nederland zit, heeft zij materieel geen gebruik gemaakt van haar vestigingsvrijheid. Dan heeft zij slechts een formeel statutair bestuur op Malta ingericht, waarbij Nederland haar geen strobreed in de weg heeft gelegd. Zij is dan volledig in de Nederlandse jurisdictie gebleven en wordt niet anders behandeld dan andere binnenlands belastingplichtigen. Aan toepassing van de
remittancebepaling in het Verdrag met Malta komt u evenmin toe als de belanghebbende Verdragsinwoner van Nederland is.
6.EU-recht (middel (v))
Van Hilten-van der Heijden [11] volgt dat als emigranten na emigratie nog tien jaar onderworpen blijven aan het inwonerregime, dat niet op EU-recht afstuit, nu emigranten alsdan niet ongunstiger worden behandeld dan niet-emigranten. Uit HvJ EG
Gilly [12] blijkt dat de lidstaten hun personele heffingsaanknopingspunt kunnen baseren op de nationaliteit van natuurlijke personen en dat dat criterium EU-rechtelijk neutraal is. Uit onder meer HvJ EG
Überseering [13] volgt dat oprichtingsrecht voor rechtspersonen EU-rechtelijk fungeert als de nationaliteit van natuurlijke personen.
remittanceregime heeft, of Cyprus, waarmee Nederland nog geen belastingverdrag heeft [14] ), bijvoorbeeld Duitsland, waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten zonder
remittancebepaling.
remittance baseregime, die zijn inwoners dus gewoon belast, niet vergelijkbaar is met een Staat die wel een
remittance baseregime heeft en zijn inwoners naar keuze van die inwoners dus voor hun buitenslands opkomende inkomsten niet belast.
D. v. Inspecteur [15] een dergelijk meest-begunstigingsberoep dan ook afgewezen. Een inwoner van Duitsland wilde dezelfde belastingvrije som voor de Nederlandse vermogensbelasting die Nederland met België wél was overeengekomen voor inwoners van België. Het HvJ overwoog:
7.De remittancebepaling in het Verdrag met Malta (middel (vi))
remittancebepalingen in Nederlandse belastingverdragen:
remittancebepalingen in Nederlandse belasting-verdragen niet tot inkomsten ter zake waarvan Nederland bronland is; gerefereerd wordt slechts aan inkomsten ‘afkomstig uit een ander land’ dan het land met het
remittance baseregime c.q. aan ‘inkomsten die in het andere land niet in de heffing worden betrokken.’
remittancebepaling zelf, maar is ook geëxpliciteerd bijvoorbeeld in de toelichting op de
remittancebepaling in het belastingverdrag met Ierland. [20]
remittancebepaling bevat, maar het Commentaar op art. 1 Modelverdrag Pro vermeldt sinds de 2003-versie (thans, in de 2017-versie: in § 108) wel de mogelijkheid om zo’n bepaling op te nemen, en suggereert ook een tekst die de Staten desgewenst in hun verdrag kunnen opnemen:
remittancebepalingen in de Nederlandse belastingverdragen met het Verenigd Koninkrijk en met Malta en van de rechtspraak en de literatuur over
remittancebepalingen in Nederlandse belastingverdragen.
Ierland II-arrest [21] waarop de belanghebbende zich beroept, betrof een naar Nederlands recht opgerichte BV met alleen een onderneming in Ierland, die aldaar werd geleid en bestuurd. De
tie-breakerin het toepasselijke belastingverdrag wees daarom (alleen) Ierland aan als Verdragsvestigingsstaat. De belanghebbende wilde niettemin haar Ierse verlies in Nederland fiscaal aftrekken op grond van haar binnenlandse belastingplicht ex art. 2(4) Wet Vpb, dat naar Nederlands recht opgerichte vennootschappen onbeperkt binnenlands belastingplichtig verklaart. U overwoog:
nexusmeer had dan haar oprichtingsrecht, met name geen vaste inrichting of onroerend goed waarvan de opbrengst door het Verdrag (wel) aan Nederland zou zijn toegewezen.
dual resident companiessinds 2017 geen
tie breakermeer bevat die de verdragsvestigingsplaats van niet-natuurlijke personen exclusief toewijst aan de plaats van feitelijke leiding. Het Model gaat sinds 2017 uit van een ‘
case by case solution’ die ertoe kan leiden dat überhaupt geen verdragsbescherming wordt geboden. Zie nader onderdeel 4 van de conclusie van 3 november 2020 in de bij u aanhangige zaak met rolnr. 20/01414, ECLI:NL:PHR:2020:1028.
Ierland II-arrest aan de
remittancebepaling niet wordt toegekomen, nu dat arrest de belanghebbende in de Nederlandse jurisdictie een lege huls maakt. Er valt in Nederland geen ‘vermindering’ of andere voorkoming van dubbele belasting te geven waarop art. 2(5) Verdrag ziet, want door de combinatie van art. 4 (exclusieve toewijzing van belanghebbendes vestigingsplaats aan Malta) en art. 7 (exclusieve toewijzing van belanghebbendes winst aan de Malta) is belanghebbendes belastinggrondslag volledig verdwenen uit de Nederlandse belastingjurisdictie.
remittance baseStaat (Malta) de anti-
remittance-base-bepaling - die dubbele niet-belasting moet voorkomen – betekenisloos wordt. Dat resultaat veroordeelt zichzelf teleologisch, maar ook uit de tekst van het Verdrag volgt dat ‘vermindering’/‘relief’ in art. 2(5) mede
reliefdoor exclusieve toewijzing omvat. Op 30 november 2020 concludeerde ik in de genoemde zaak 20/01414 al dat de
remittancebepaling het oog niet kán hebben op de ‘vermindering’ van belasting ex de
reliefregels in art. 25, lid 2 (belastingvrijstelling), en lid 3 (verrekening) van het Verdrag, omdat die alleen over ‘inwoners’ van Nederland gaan (zie art. 25(1) Verdrag en het
Ierland II-arrest [22] ), terwijl de belanghebbende juist géén inwoner is, zodat art. 25(1)-(3) Verdrag niet over haar gaat. Het gaat bij de ‘vermindering’/‘relief’ bedoeld in de
remittancebepalingjuist om de belastingvermindering – ten opzichte van de situatie zonder Verdrag – als gevolg van de
toewijzingsbepalingen.
Remittancebepalingen maken juist de toewijzing ongedaan van inkomsten van (al dan niet
domiciled) inwoners van de
remittance baseStaat als die inkomsten niet naar de
remittance baseStaat worden overgemaakt.
alszij op Malta zou zijn gevestigd, in 2011 en 2012 in Nederland nog slechts onderworpen voor specifieke inkomsten die door het Verdrag aan Nederland zouden worden toegewezen. Haar winst uit onderneming zou door art. 7 Verdrag Pro exclusief volledig toegewezen zijn aan Malta. Dat volgt uit het
Ierland II-arrest HR
BNB1994/163 en het
grensambtenaararrest HR
BNB1980/170: [23] de exclusief aan het andere land toegewezen inkomsten verdwijnen uit de naar nationaal recht bepaalde heffingsgrondslag.
remittance-bepaling,
i.e.in de context van een
saving clausedie blijkens haar tekst Nederland het recht voorbehoudt zijn nationale recht toe te passen alsof de voorkomingsregels van het Verdrag niet gelden als Malta als gevolg van
non-remittanceniet heft over door het Verdrag aan Malta toegewezen inkomsten. Art. 2(5) is geen algemene
saving clause(die steeds aangrijpt als de
winner Stategeen gebruik maakt van zijn heffingsrecht), maar grijpt alleen aan als de niet-belasting in de
winner Stateeen gevolg is van wetgeving die
non-remittedinkomsten onbelast laat. ‘Vermindering’ in art. 2(5) Verdrag betekent mijns inziens dus wat de term ‘relief’ in de gelijkelijk authentieke Engelstalige versie van de
remittancebepaling betekent (aldus ook de A-G Van den Berge in zijn conclusie voor HR BNB 1999/347), namelijk elke verlichting van Nederlandse belasting ingevolge enige bepaling van het Verdrag.
omexclusief toegewezen inkomensbestanddelen (in dat geval: pensioenen) ook te kunnen vatten. Dat was nodig omdat u in HR
BNB1977/111 had geoordeeld dat ‘vermindering’ niet mede ‘vrijstelling’ omvat als het Verdrag (zoals art. 14 Verdrag Pro NL-VK 1967) een duidelijk onderscheid maakt tussen ‘vermindering’ en ‘vrijstelling’ (exclusieve toewijzing aan de andere Staat). De term ‘volledige vermindering’ werd in 1980 toegevoegd om ook vrijgestelde,
i.e.exclusief aan het andere land toegewezen inkomsten te kunnen vatten. Dit impliceert mijns inziens dat de identieke term ‘volledige vermindering’ in art. 2(5) Verdrag met Malta hetzelfde betekent, namelijk: door het Verdrag onttrokken aan de Nederlandse heffingsgrondslag, zoals art. 7 Verdrag Pro doet met de winst van een Nederlandse BV die feitelijk in Malta is gevestigd zonder v.i. in Nederland.
Ierland II-arrest belet de toepassing van
remittancebepaling dus niet; het is andersom: de
remittancebepaling maakt de toewijzing van winst aan Malta die aldaar wegens niet-overmaking niet wordt belast ongedaan. De
remittancebepaling keert voor inkomsten toegewezen aan de
remittance baseStaat die aldaar als gevolg van non-remittance niet worden belast, terug naar de situatie zonder Verdragstoewijzing. In zo’n niet-Verdragssituatie valt de niet naar Malta overgemaakte wereldwinst van een naar Nederlands recht opgerichte BV in de Nederlandse jurisdictie, zodat zij ingevolge art. 2(4) Wet Vpb in Nederland is belast. Art. 2(5) verdeelt inderdaad, zoals de belanghebbende stelt, geen heffingsbevoegdheden, maar maakt de verdeling in de distributieve bepalingen van het Verdrag juist ongedaan.
remittancebepaling echter niet op de Zwitserse rente kan zien omdat die rente “in het geheel geen nexus met de Nederlandse heffingssfeer” heeft. Zij betoogt:
remittancebepaling. Die passages heb ik pas aangetroffen in de versie van 28 januari 2003, paragraaf 26.1 van het Commentaar op art. 1. Het komt dus aan op een niet door
travaux préparatoiresof OESO-Model of -Commentaar geleide verdragsinterpretatie. Het enige houvast is dan het uitlegvoorschrift in het Verdrag zelf (art. 3(2)) en het Weense Verdragenverdrag. [24] Art. 3(2) van het Verdrag met Malta luidt:
non-remittedinkomst uitsluit, en de niet alleen door de belang-hebbende, maar ook in de literatuur [25] verdedigde opvatting dat niet valt in te zien dat een Staat zonder
nexusheeft behalve oprichtingsrecht, inkomsten zou moeten kunnen belasten die noch in die Staat zijn opgekomen, noch in die Staat worden ontvangen. Uit het nationale belastingrecht valt niet dus rechtstreeks op te maken of een
remittancebepaling in een Nederlands belastingverdrag ook geldt voor inkomen met bron en een andere Staat dan de Verdragsluiters. Daarvoor moet ook het Weense Verdragenverdrag geraadpleegd worden.
BNB2018/115: [27]
remittancebepaling eerder in het licht van die tweede doelstelling dan in het licht van de eerste moet worden uitgelegd: uit haar tekst blijkt dat haar doel is om dubbele niet-belasting te voorkomen door de voorkomings(‘verminderings’/‘relief’)regels van het Verdrag niet toe te passen als de Staat aan wiens heffingsrecht het Verdrag voorrang geeft dat heffingsrecht niet uitoefent bij
non-remittance.
remittancebepaling is een
saving clausedie terugkeert naar de toestand zonder Verdragstoewijzing als de Verdragstoewijzing als gevolg van
non-remittanceniet leidt tot effectuering van het toegewezen heffingsrecht, en de toestand zonder Verdragstoewijzing is die van onverkorte gelding van art. 2(4) Wet Vpb. De belanghebbende kan toegegeven worden dat het minder voor de hand ligt dat de context van een
saving clauseertoe leidt dat de bepaling ook geldt voor inkomsten ter zake waarvan Nederland noch bronland noch ontvangstland is, maar dat resultaat is niet in strijd met die context, gegeven het nationale recht (art. 2(4) Wet Vpb) waarop de
saving clauseziet en waarnaar bovendien de uitlegregel van het Verdrag zelf (art. 3(2)) verwijst. De
remittancebepaling in het Verdrag met Malta is trouwens opgenomen in art. 1, in het hoofdstuk over de reikwijdte van het Verdrag, hetgeen er op zou kunnen wijzen dat bedoeld is om voor
non-remittedinkomen het hele Verdrag uit te schakelen, dus niet alleen de distributieve en ontdubbelingsregels, maar ook de
tie-breakerbij een dubbele woonplaats: voor
remitted incomewoont de belanghebbende dan op Malta; voor
non-remitted incomenog steeds in Nederland. Dat strookt echter niet met de strekking van een
tie-breakeren het zou ook bepalingen zoals non-discriminatie en gegevensuitwisseling uitschakelen, en dat zal toch niet de bedoeling kunnen zijn. In andere Verdragen, zoals het recente met Ierland, staat de
remittancebepaling ook niet in art. 1, maar bij de voorkomingsbepalingen, zodat er mijns inziens van uitgegaan moet worden dat een
remittancebepaling alleen de toewijzings- en ontdubbelingsregels uitschakelt, en alleen voor voor
non-remittedinkomsten.
non-remittedinkomst uit van terugkeer naar de situatie zonder Verdrag. Het resultaat van tekstuele interpretatie is ook geenszins ‘dubbelzinnig of duister’.
BNB2020/8 [29] betrof de uitleg van de
most favoured nationclausule in het belasting-verdrag met Zuid-Afrika. Onderdeel 5 van de conclusie voor dat arrest gaat in op verdrags-interpretatie bij tekstuele onduidelijkheid en mogelijk van de tekst afwijkende partij-bedoelingen. Ik verwijs voor een overzicht van literatuur en rechtspraak naar die conclusie (ECLI:NL:PHR:2018:181). In dat arrest interpreteerde u de MFN-clausule strikt grammaticaal en constateerde u vervolgens dat die uitleg niet in strijd kwam met enige kenbare andersluidende gemeenschappelijke bedoeling van de verdragsluitende partijen (r.o. 2.5.4).
BNB2018/68 [30] betrof de uitleg van de niet in het belastingverdrag met Singapore gedefinieerde term ‘managed and controlled’ die bovendien afweek van de OESO-Modeltekst (‘effective management’). U overwoog:
remittancebepaling in het Verdrag met Malta, zodat daaruit niet een andere strekking kan worden opgemaakt dan volgt uit haar tekst en context. Grammaticale interpretatie is dus geenszins in strijd met enige kenbare gemeenschappelijke bedoeling van de verdragsluiters. Die interpretatie leidt ook niet tot een ‘duidelijk ongerijmd of onredelijk resultaat’, mede gegeven dat er denkelijk vanuit gegaan kan worden dat de rente in Zwitserland ten laste van B’s belastbare inkomen is gebracht.