ECLI:NL:RBDHA:2019:3061
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid afvalligheid en homoseksualiteit
Eiser, een Afghaanse nationaliteit behorende tot de Hazara, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn gestelde problemen. Hij voerde aan dat hij afvallige was geworden en homoseksueel, maar verweerder achtte deze verklaringen ongeloofwaardig en het overgelegde document onvoldoende om de eerdere beoordeling te herzien.
De rechtbank oordeelde dat de afvalligheid niet aannemelijk was omdat eiser vaag en tegenstrijdig verklaarde over het moment van ongelovig worden. Hoewel verweerder erkende dat eiser niet de Islam belijdt, ontbraken indicaties voor vervolging. Ook de gestelde homoseksualiteit werd niet geloofwaardig bevonden vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen over het bewustwordingsproces en het moment van aanvaarding.
Verder stelde verweerder dat de situatie in Afghanistan, inclusief de positie van de Hazara, geen reëel risico op ernstige schade oplevert, mede omdat eiser uit een deel van Ghazni komt waar de veiligheidssituatie niet verslechterd is. De rechtbank bevestigde dat eiser niet voldoet aan de criteria voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack en griffier Koens en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van afvalligheid en homoseksualiteit en ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.