ECLI:NL:RBDHA:2021:13956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraag in Nederland
Eiser heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland ingediend, die op 19 december 2018 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in, dat op 1 maart 2019 door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Na hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het eerdere vonnis vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor herbehandeling.
In het kader van de herbehandeling verzocht de rechtbank op 6 april 2021 de gemachtigde van eiser om het standpunt kenbaar te maken. Op 22 april 2021 meldde de gemachtigde dat eiser in Duitsland verblijft en aldaar een asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank concludeert hieruit dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep in Nederland.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier J.A.B. Koens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in Duitsland asiel heeft aangevraagd en geen belang meer heeft bij de beoordeling in Nederland.