ECLI:NL:RBDHA:2021:13956

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2021
Publicatiedatum
17 december 2021
Zaaknummer
NL21.7487
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraag in Nederland

Eiser heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland ingediend, die op 19 december 2018 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in, dat op 1 maart 2019 door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Na hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het eerdere vonnis vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor herbehandeling.

In het kader van de herbehandeling verzocht de rechtbank op 6 april 2021 de gemachtigde van eiser om het standpunt kenbaar te maken. Op 22 april 2021 meldde de gemachtigde dat eiser in Duitsland verblijft en aldaar een asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank concludeert hieruit dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep in Nederland.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier J.A.B. Koens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in Duitsland asiel heeft aangevraagd en geen belang meer heeft bij de beoordeling in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.7487

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2018 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 1 maart 2019 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep ongegrond verklaard. [1]
Eiser heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 10 juli 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van 1 maart 2019 vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank om opnieuw te worden behandeld. [2]
Bij brief van 6 april 2021 heeft de rechtbank eisers gemachtigde verzocht om eisers standpunt in het beroep kenbaar te maken.
Op 22 april 2021 heeft eisers gemachtigde hierop gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eisers gemachtigde heeft op 22 april 2021 bericht dat eiser in Duitsland is en aldaar een asielaanvraag heeft ingediend.
2. Gelet op dit bericht neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op asiel in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.