ECLI:NL:RBDHA:2019:3118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 15 oktober 2018 een asielaanvraag in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eiser in januari 2016 al een asielverzoek in Italië had ingediend, dat uiteindelijk werd afgewezen. Verweerder verzocht Italië om terugname, waarop geen reactie kwam, waardoor een fictief claimakkoord ontstond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ertoe leidt dat Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Italië. Alleen als eiser aannemelijk maakt dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, kan hiervan worden afgeweken. Eiser slaagt hier niet in, ook niet met de door hem overgelegde rapporten en zijn persoonlijke omstandigheden zoals medische situatie en mogelijke slachtofferschap van dwanghandel.
De rechtbank wijst erop dat eiser zich kan wenden tot Italiaanse autoriteiten indien er problemen zijn en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een overdracht aan Italië onevenredig hard maken. Ook is niet gebleken dat Italië onvoldoende medische zorg kan bieden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.