Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
een onderbreking tussen twee detacheringsovereenkomstenvan meer dan zes maanden de telling van fase A opnieuw begint. Het gaat daarmee niet om
een onderbreking van de werkzaamhedenvan meer dan zes maanden, zoals verweerster betoogd. In de overige bewoording van artikel 13 blijkt Pro immers dat wanneer de duur van werkzaamheden van belang is voor bepaling van uitzendfasen dit met zoveel woorden is genoemd (zie bijvoorbeeld onder b.:
“zolang niet meer dan vier jaar is gewerkt”).Er is dus geen reden om de bewoordingen
“zolang er geen onderbreking is van meer dan zes maanden tussen twee detacheringsovereenkomsten”anders dan letterlijk te interpreteren. Tussen de detacheringsovereenkomsten nummer 18) en 19) (zie hiervoor onder 3.2) liggen 21 weken, daarmee is er geen sprake van een onderbreking van meer dan zes maanden waardoor de telling van fase A weer zou moeten beginnen. Gezien de bewoordingen van artikel 13 lid 2 onder Pro d. maakt het daarbij niet uit dat verzoekster niet alle weken van die detacheringsovereenkomsten werkzaamheden heeft verricht.