ECLI:NL:RBDHA:2019:7401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en gezinsband
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel bij zijn partner (referente). Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser zijn identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt met officiële documenten en de overgelegde indicatieve documenten onvoldoende substantieel zijn. Ook is de gezinsband niet met officiële documenten aangetoond, mede omdat de overgelegde huwelijksakte vals is bevonden en referente minderjarig was ten tijde van het huwelijk.
Eiser voerde aan dat hij in bewijsnood verkeert en verwees naar diverse indicatieve documenten en jurisprudentie, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen bewijsnood aannam vanwege het ontbreken van een op de persoon toegespitste verklaring. De rechtbank achtte de indicatieve documenten onvoldoende substantieel en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn identiteitsdocumenten was verloren.
De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat zonder vaststelling van de identiteit geen familierechtelijke band kan worden aangenomen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv nareis asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en gezinsband.