ECLI:NL:RBDHA:2019:948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië onder Dublinverordening
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 21 maart 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij minderjarig is en dat Italië niet adequaat kan zorgen voor minderjarige asielzoekers, mede door recente wetswijzigingen die de opvang en bescherming verslechteren. Hij stelde dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet langer geldt en dat zijn overdracht naar Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege het risico op onvoldoende medische zorg.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de meerderjarigheid van eiser, gebaseerd op een leeftijdsschouw en onderzoek bij Italiaanse autoriteiten. De door eiser overgelegde documenten werden als vals beoordeeld. De rechtbank volgde het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt, ondanks het wetsdecreet. Er was geen sprake van ernstige structurele tekortkomingen in het Italiaanse asielstelsel die een schending van artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen.
Verder was er voldoende gelegenheid geweest voor persoonlijk onderhoud en het indienen van bezwaren. Eiser had onvoldoende medische onderbouwing geleverd om Nederland als meest geschikte land voor behandeling aan te merken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van zijn asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië is ongegrond verklaard.