Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2019 in de zaken tussen
[EISERS 1] en [EISERS 2],
[KIND 3], eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Syrisch gezin met een meervoudig gehandicapt kind, werden door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet niet-ontvankelijk verklaard omdat zij internationale bescherming genieten in Griekenland. Eisers voerden aan dat terugkeer naar Griekenland zou leiden tot materiële deprivatie vanwege de ontoereikende zorg en voorzieningen voor hun kind.
De rechtbank overwoog dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar recente uitspraak van 15 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2385) heeft bevestigd dat bijzondere kwetsbaarheid, zoals een meervoudige handicap, kan leiden tot zeer verregaande materiële deprivatie bij terugkeer. De Staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom deze situatie niet op eisers van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat het om een gezin gaat niet uitsluit dat materiële deprivatie kan optreden, zeker gezien de zorgzwaarte en de psychische problematiek van de moeder. De bestreden besluiten waren daardoor onvoldoende gemotiveerd en werden vernietigd. Verweerder werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eisers. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkheidsbesluiten en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van de bijzondere kwetsbaarheid van het gezin.