Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 augustus 2019 in de zaken tussen
[eiser], eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
54.224 48.610 85.156 45.056 18.657 36.443
- verweerder alle op de zaken betrekking hebbende stukken heeft ingebracht;
- verweerder de navorderingsaanslagen over de jaren 2009 en 2010 tijdig heeft opgelegd, en zo ja, of voor die jaren sprake is van een navordering rechtvaardigend nieuw feit;
- verweerder de aanslagen over het jaar 2011 tijdig heeft opgelegd;
- eiser in de onderhavige jaren zijn fiscale woonplaats in Nederland had en als binnenlands belastingplichtige moet worden aangemerkt;
- eiser in de onderhavige jaren verzekerings- en premieplichtig is voor de Zvw;
- de door verweerder aangebrachte correcties terecht zijn;
- de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd;
- sprake is van schending van het inzagerecht en de hoorplicht;
- verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden.
- diverse bankafschriften van diverse bankrekeningen van eiser over de jaren 2009 tot en met 2014 (inclusief arcering van de door verweerder in aanmerking genomen omzetten);
- een specificatie per jaar van de door verweerder in aanmerking genomen omzetbedragen;
- de door eiser ingediende aangiftes IB/PVV over de jaren 2011 tot en met 2014.
2.497 26.281 28.260 8.601
7.307 26.281 28.260 22.730
29.000 29.000 29.000 29.000