ECLI:NL:RBDHA:2020:10322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugvordering en nieuwe aanvraag bijstand na intrekking wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving sinds 2008 een bijstandsuitkering die in 2019 werd ingetrokken vanwege schending van de inlichtingenplicht, nadat bleek dat zij goud had verpand zonder dit te melden. Verweerder vorderde €100.111,11 terug en wees een nieuwe aanvraag af wegens onduidelijke financiële situatie.
Eiseres voerde aan dat het goud aan haar zus toebehoorde en dat zij leningen had terugbetaald, maar kon dit niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijstand over de beoordelingsperiode en dat de terugvordering terecht was.
Ook de afwijzing van de nieuwe aanvraag werd bevestigd omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde van wijziging van omstandigheden. Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht werd afgewezen wegens onduidelijkheid over haar financiële situatie.
De rechtbank concludeerde dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien en dat eiseres geen recht had op bijstand. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de terugvordering van bijstand en afwijzing van de nieuwe aanvraag worden ongegrond verklaard.