Een werknemer van de ambassade van Egypte verzocht om vernietiging van de opzegging van haar arbeidsovereenkomst omdat de werkgever niet beschikte over de vereiste toestemming van het UWV. De werknemer was sinds 2008 in dienst en werkte als secretaresse in Den Haag. Na een vroegtijdige bevalling en langdurige arbeidsongeschiktheid meldde zij zich in oktober 2019 beter.
De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd vanwege een reorganisatie en sluiting van het handelsbureau in Den Haag, zonder toestemming van het UWV. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever geen beroep kon doen op immuniteit van rechtsmacht omdat het om een arbeidsrechtelijke verhouding ging en Nederlands recht van toepassing was.
De opzegging was niet rechtsgeldig omdat de vereiste UWV-toestemming ontbrak. De kantonrechter vernietigde de opzegging, veroordeelde de werkgever tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling, en wees de vordering tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente af omdat het loon inmiddels was voldaan en onvoldoende onderbouwd was. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.