Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Polen heeft het verzoek tot overname geaccepteerd.
Eiser betoogt dat overdracht aan Polen in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege structurele systeemfouten in de Poolse asielprocedure en opvang, en verwijst naar diverse rapporten en jurisprudentie. De rechtbank oordeelt dat de stukken onvoldoende bewijs leveren dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt, ondanks ernstige druk op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat uitzonderlijke omstandigheden dit doorbreken. Ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro faalt omdat eiser onvoldoende individuele omstandigheden heeft gesteld die een afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat het coronavirus slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormt en dat dit de vaststelling van Polen als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.