Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 11 oktober 2020 geconfronteerd met een maatregel van bewaring door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, gebaseerd op artikel 59b, lid 1, onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gericht op het vaststellen van zijn identiteit en het verkrijgen van gegevens voor de beoordeling van zijn asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat de motivering van de maatregel onvoldoende was, met name dat er geen afzonderlijke motivering voor de noodzakelijkheid van de bewaring was gegeven. Hij verwees daarbij naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De rechtbank stelde echter vast dat eiser de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden niet had betwist en dat volgens de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een afzonderlijke motivering voor de noodzakelijkheid niet vereist is.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat er een risico op onttrekking aan het toezicht bestond en dat de maatregel daarom rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.