ECLI:NL:RVS:2019:4131
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen maatregel vreemdelingenbewaring wegens risico op onttrekking
Bij besluit van 14 augustus 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld wegens een risico op onttrekking aan het toezicht. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de maatregel van bewaring voldoende is gemotiveerd met het risico op onttrekking, waarbij zowel zware als lichte gronden aan de maatregel ten grondslag lagen. De zware grond betrof het onttrekken aan toezicht door verblijf zonder verblijfsrecht en het verlaten van het asielzoekerscentrum. De lichte grond was het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats. De vreemdeling kon onvoldoende onderbouwen waarom deze gronden niet zouden gelden.
Verder oordeelde de Afdeling dat het ontbreken van redelijk uitzicht op verwijdering niet relevant is voor de toepassing van de maatregel. Het beroep van de vreemdeling faalde en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de maatregel van vreemdelingenbewaring blijft in stand.